Sluiten Terug

“Menno is mijn broertje. Ook al komt hij
uit de buik van een andere mama”

Lars is nu 12 jaar oud en woont samen met zijn ouders en broertje Bram, van 8 jaar. Ook woont zijn pleegbroertje Menno van 5 jaar bij hen. Lars: “Ik zeg altijd: ik heb één echt broertje en een pleegbroertje. De moeder van Menno kan niet voor hem zorgen, daarom woont hij bij ons. Zij komt één keer in de twee weken op bezoek bij ons. Dat vind ik altijd gezellig, zij hoort er gewoon bij voor ons. Haar foto staat ook op ons familiekastje.

Menno kwam bij ons toen hij bijna 3 jaar oud was. Mijn ouders vroegen aan mij: ‘zou je het leuk vinden als er een pleegkindje bij ons komt wonen?’ Daar moest ik eerst goed over nadenken, maar later dacht ik: ‘ja, het is ook wel goed’. We werden snel gebeld door Pactum dat er een jongetje was die niet bij zijn moeder kon wonen. Het kon ook een meisje worden, maar ik hoopte stiekem dat het een jongen zou zijn. Zeker omdat we al veel jongensspeelgoed hadden en wij niet zo van barbies houden. Menno zat in een crisispleeggezin en kwam eerst een dagje bij ons spelen. Dat was eigenlijk best spannend, omdat je niet weet wat voor kindje het is. Maar we gingen samen op de skelter en hadden veel lol. Toen hij bij ons kwam wonen hadden we op een krijtbord geschreven: Welkom Menno, groetjes van Lars, Bram, Anita en Henk. Dat krijtbord staat nog steeds op zijn kamer, want dat wil Menno graag.

Soms doen pleegkinderen anders dan andere kinderen, maar dat komt omdat zij vaak niet beter weten. Zij denken dat dat normaal is of zij hebben niet veel aandacht gekregen. Maar we weten dat dat komt omdat Menno veel heeft meegemaakt. Wij zeggen vaak tegen Menno dat hij dingen goed doet, zoals een mooie tekening maken, omdat hij dat fijn vindt om te horen. Mama en papa gaan soms anders om met Menno dan met ons. Dat vonden Bram en ik in het begin wel raar en niet altijd eerlijk. Maar mama en papa hebben aan ons uitgelegd dat zij dat moeten doen, omdat Menno veel heeft meegemaakt en zij hem op een andere manier moeten helpen. Nu kan ik het beter begrijpen en is het niet meer gek.

Ik vind het nu ook niet meer gek dat Menno mijn ouders mama en papa noemt. Wij zijn daar aan gewend. Hij is nu mijn broertje, ook al komt hij uit een buik van een andere mama. We vinden het fijn dat Menno er is. Het is even wennen, maar uiteindelijk is het heel leuk. Wij lijken ook wel een beetje op elkaar, want Bram en Menno hebben allebei een moedervlek op hun gezicht en praten met gekke stemmetjes.”

De namen Menno, Lars, Bram, Anita en Henk zijn gefingeerd.

Delen